Om te huilen of om te lachen?

Op Express.be, een zakelijke portaalsite die mijn weblogs over neemt (en uitgever is van onder meer een rist business e-zines met elk een paar tienduizenden abonnees), moest een anonieme HRM'er (o wat moedig) zo nodig zijn gal spuien over mijn weblog over Agfa-Gevaert en Marcel Van Aken alsmede over mijn journalistieke aanpak en persoon in het algemeen. U vindt die reactie, die niet aan HRMblogs zelf werd bezorgd (we zouden ze nochtans probleemloos gepubliceerd hebben - ten bewijze: we doen het nu), hier onder.

Sommigen hebben het moeilijk met mijn investigatieve en onthullende journalistiek. Dat is vreemd want deze aanpak is tamelijk courant (hoewel op zijn retour) in de algemene en ook zakelijke pers.

Het is een understatement te stellen dat ik in HR-kringen enkel fans tel (dat hoeft ook niet, is niet mijn grootste betrachting). Er buiten heeft men het doorgaans minder moeilijk met mijn werkwijze. Vooral collega's journalisten waren en zijn er niet zelden erg over te spreken (al kunnen of durven ze zelf niet altijd het genre te bedrijven).

Mijn aanpak, die zich kenmerkt door een combinatie van grondig en beter dan welke HR-vakjournalist ook geïnformeerd te zijn met een flinke portie vrijpostigheid, ja zelf branie, heeft me in het verleden al vriendschappen gekost. In de toekomst zal dat wellicht nog gebeuren. Een fatwa is er nog niet over me uitgesproken, al is ooit geprobeerd om een blog via juridische intimidatie te verbieden en ben ik ooit omwille van een schrijfsel fysiek bedreigd geweest (in de twee gevallen, door de zelfde persoon: Filip De Saeger van Fides Consulting). Onder meer die fysieke bedreiging is onderwerp van een strafrechtelijke klacht van mij tegen De Saeger.

Achterbaksheid, roddel en achterklap, als gevolg van een of anders schrijfsel, waren al meermaals mijn deel. Als dit de prijs is die ik moet betalen voor mijn journalistieke en intellectuele vrijheid, so be it. Het is ingecalculeerd, ik kan er tegen.

Bij de beschuldiging dat ik Van Aken zou viseren, breekt mijn klomp. Om niet te zeggen: zakt mijn broek af. Het is een gekend procédé: als de boodschap niet bevalt, schiet dan op de boodschapper. Toen wijlen Knack-journalist Frank De Moor het gesjoemel met vastgoed in Knokke en de bedenkelijke wijze waarop het gemeentebestuur van de mondaine badplaats aan politiek deed/doet onthulde en een de kaak stelde, viseerde hij toch ook niet de beau-monde aldaar, en in het bijzonder bij de almachtige Lippens-clan. Neen, hij deed gewoon zijn werk, punt uit. Idem dito toen De Moor toenmalig minister van landsverdediging Van den Boeynants en nadien zijn (lichtjes lachwekkende en niet bijster intelligente) opvolger Freddy Vreven (de man van het obussen-schandaal) op de hielen zat. Met VDB zou hij, zo werd toen beweerd, een vendetta uitvechten. Dat werd trouwens ook gezegd over de onthullende artikels van De Standaard-journalist Pacal Dendooven in verband met suppergraaier Jan Coene bij Picanol. Onzin natuurlijk, beide journalisten deden wat elk zichzelf respecterend scribent hoort te doen (maar wat naar mijn smaak veel te weining gebeurd - het gros van het schrijvergild van vandaag is doorgaans erg braaf en aardig voor het establishment): informatie die sommigen, vooral personen met macht (politieke maar ook, en vooral zelf, economische) liefst niet gepubliceerd zien wereldkundig maken, de deksels van onfrisse potjes halen, de luis in de pels van de macht(hebbers) zijn. De pers als vijfde macht, quoi. Zoals die op haar best was toen Carl Bernstein en Bob Woodward in de jaren zeventig door hun onthullingen over de Watergat-zaak in The Washington Post de val van president Nixon veroorzaakten. Maar misschien denkt onze engeestige HRM-er 'Jean' dat Bernstein en Woodward Nixon 'viseerden'. Zoals hij wellicht elke journalist die zich met een zekere hardnekkigheid, of verbetenheid, in een onderwerp (of persoon) vastbijt en zaken onthuld die sommigen onwelgevallig zijn er van verdenkt onoirbare (bij)bedoelingen en er een hidden agenda op na te houden. Wat natuurlijk te gek is om los te lopen.

Koppige uitstekend geïnformeerde journalisten, dossiervreters van het slag van De Moor, Dendooven, Bernstein & Woodward (maar ook destijds Walter De Bock bij De Morgen) zijn er vandaag nog amper en in elk geval minder dan vroeger en hoe dan ook veel te weinig. De spitters en 'kuitenbijters' met een noodzakelijke portie gebrek aan 'respect' (of liever: aan ontzag) voor de hoge homes zijn dun gezaaid (en een uitstervende soort). Het journalistengild is vandaag in grote mate bevolkt met wat Rik Van Cauwelaert, de directeur van de redactie van Knack en een van de weinige nog echt dwarse scribenten in de media vandaag, ooit de schoothondjes van de macht noemde. Terwijl ze de kuitenbijters er van zouden moeten zijn, of minstens toch de waakhonden er van. Serge Halimi van Le Monde Diplomatique omschreef de vigerende journalistiek in zijn nog immer lezenswaardige want actuele (eigenlijk meer dan ooit) pamflet uit 1997 'Les nouveaux chiens de garde' als 'journalisme de révérence et de complaisance'.

In HR-kringen heeft men een ontegensprekelijke voorkeur voor dit genre. Zelf noem ik het een veredelde vorm van copywriting. De gemiddelde HRM-er, zeker als hij/zij wat prestige heeft, wordt journalistiek doorgaans met veel te veel égards behandeld. De scribenten uit de vakpers stellen zich te vlug tevreden met het officiële, voorgekauwde, promo- of verkoopsverhaaltje. Spelen niet genoeg de pitbull. Worden (zodoende) al te vaak iets op de mouw gespeld, om de tuin geleid. Gaan niet dikwijls genoeg achter de façade kijken, trekken te weinig hun laarzen aan om dieper te spitten (desnoods in de stront te wroeten). Daarvoor pas ik, het is niet aan mij besteed. Ik gooi het over een andere boeg. En die aanpak heeft, gelukkig, niet enkel tegenstanders. Getuige hiervan de ruim 8000 abonnees op het e-zine dat ik tot voor kort (tot eind februari) uitgaf vanuit hrm.net (HRM Focus). Waaronder ongetwijfeld abonnees die het niet altijd, misschien zelf meestal niet, met me eens waren. Of toch niet helemaal. Maar desondanks moesten toegeven dat ik, minstens gedeeltelijk, niet zelden gelijk had (hoewel regelmatig 'veel te vroeg' of de perceptie tegenhad en geen gelijk kreeg). En die enige sympathie koesterden voor mijn weining conventionele, dwarse, aanpak en 'scherpe' pen.

Laat het ons zo stellen: terwijl HRMagazine een beetje De Standaard is van de HR-vakpers (gedegen, maar een beetje saai), had HRM New een fris en ietwat balorig De Morgen- en Humo-imago. Gewild, want het heeft niet veel zin om meer van het zelfde te bieden, om zoals HR Square een me too van de marktleider (HRMagazine) te zijn. Die stijl, die teneur, wil ik verder zetten met HRMblogs. Maar op kleiner schaal en ietwat anders (meer opiniërende en gedegen stukken in de stijl van mijn blog over het einde van het Amerikaanse managementmodel of die over diversiteit).

Christian Van Thillo, de topman van De Persgroep, stelde niet lang geleden op een lunchcauserie: écht nieuws is informatie die iemand niet gepubliceerd wilt zien. Ik denk er net zo over. Wie ben ik trouwens om Van Thillo, een van 's lands belangrijkste persbonzen, in deze tegen te spreken.

Vandaar dat ik nog graag volgende extra info over Agfa-Gevaert en Van Aken meegeef: tot op de dag van vandaag houdt Van Aken zich opvallen low profile en op de achtergro

28/9/2006 door Marc Ernst

HRM-weblog van Marc Ernst

 
'Echt nieuws is informatie die iemand niét gepubliceerd wil zien'
(Christian Van Thillo, CEO De Persgroep)


'Het is tijd om te bepalen waar het allemaal op staat'
(Bram Vermeulen & Freek de Jonge)


'Schop de mensen, tot ze een geweten krijgen.' 'Wat heeft het alles voor zin?' (L.P. Boon)

'Anger is a gift' (Zack de la Rocha/Rage Against The Machine)

op hrmblogs.net
www (via google)

Blogs uit mijn 'vroeger leven'

Archief van blogs die ik eerder op hrm.net publiceerde