Requiem voor het Amerikaanse managementmodel, queeste naar een alternatief/Europees

Op gezag van het Amerikaanse zakenblad Fortune titelde De Standaard (van 27/7.2007) 'Manager van de eeuw valt van voetstuk'. Bedoeld werd: Jack Welch, de ex topman van General Electric. In 1999 werd Welch door Fortune verkozen tot 'manager van de eeuw'. Vandaag wordt hij door dat zelfde blad, bij wijze van spreken, uitgespuwd. In een uitvoerig omslagverhaal stelt het businessmagazine dat de opvattingen en aanpak van Welch passé zijn. De Welch-dada's, zoals onder meer de stellingen dat elk bedrijf moet ambië«ren om de nummer 1 of 2 in zijn sector te worden, blijken niet altijd zaligmakend en niet zelden ronduit nefast te zijn. Ook over personeelsbeleid huldigt de man twijfelachtige ideeën. Zo stelt hij onder andere dat bedrijven hun twintig procent best performers in de watten moeten leggen met incentives, bonussen, trainingen en lofbetuigingen en zich jaarlijks van de 10 procent worse performers moeten ontdoen. Maar talrijke recepten van Welch doen het niet meer, of toch niet altijd en overal, stelt Havard-professor Rakesh Khurana (auteur van 'Searching the corporate savoir' - zie bibliografische referenties onderaan). Nochtans waren ze voor de eeuwigheid ontworpen en werden ze met stellige zekerheid en onwankelbaar geloof uitgedragen. Een andere succesvolle aanpak is in opmars. Onder meer Exxon, Apple, Dell en Google gooien het over een totaal andere boeg en het gaat ze voor de wind. "Ja maar indien goed toegepast, blijven mijn 'wetten' geldig", repliceert Welch. Antwoord van Fortune: sorry Jack, but we don't buy this any more.

Klik hier voor het Fortune-artikel, met inbegrip van de repliek van Welch zelf (Welch fires back)

Dat een gezaghebbende Amerikaanse business-blad uithaalt naar de opvattingen van een van de belangrijkste zo niet hét belangrijkste hedendaags management-icoon is opmerkelijk en belangwekkend. Zelf al is de kritiek nogal oppervlakkig, heeft ze een hoge 'waan van de dag'-gehalte en een gebrek aan empirische onderbouw. Misschien is de uithaal ook niet vreemd van enige ranzige rancune want Welch schrijft samen met zijn vrouw - zijn derde, de voormalige hoofdredacteur van de Havard Business Review - wekelijks een column in Fortune-concurrent Business Week. Dat het weinig indrukwekkende Fortune-artikel zo veel aandacht kreeg van de andere media heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat het verscheen in volle vakantieperiode en dus traditionele komkommertijd. Mogelijks is het blijkbaar snel bij elkaar 'geharkte' en in elkaar geflanste artikel trouwens in het blad verschenen bij gebrek aan weinig écht nieuws en dus kopij. Wat er ook van is, met zijn demythologiseren en desacralisering van Jack Welch - mythe dat het mede heeft tot stand gebracht - gooit Fortune een stok in het hoenderhok van de Amerikaanse en bij uitbreiding mondiale zakenwereld, zwengelt het debat aan over bepaalde aspecten en de uitwassen van het wereldwijde mainstream managementdenken, van het (Angelsaksische) kapitalisme tout court.

Maar eerder dan te focussen op sommige deelsaspecten en de managementopvattingen van één persoon zou het debat beter ten gronde gevoerd worden, opgetrokken worden naar de kern van het probleem: het Amerikaanse managementmodel dat zich kenmerkt door een eenzijdige gerichtheid op aandeelhouderswaarde, ziek is in het bedje van de financiële logica en het daaraan inherente korte-termijdenken. In de VS is deze 'kanker' niet enkel aanwezig bij beursgenoteerde bedrijven maar wijdt verspreid. Maar ook Europa is er niet immuun voor (gebleken), al is het verschijnsel hier beperkter en situeert het zich voorlopig vooral - maar niet uitsluitend - bij beursgenoteerde bedrijven.

Een van de belangrijkste Europese/Nederlandstalige critici van dat Amerikaanse managementmodel is de Nederlander Donald Kalf, een alumni van de Wharton Business School van de universiteit Pennsylvania en ex-manager bij onder andere Shell en KLM (waar hij werkte van 1990 tot 2000 en lid van de groepsraad was). Tegenwoordig is hij directeur van Immpact, een biotechnologische onderneming die hij mee oprichtte. Daarnaast is hij adviseur van participatiefonds BTF, dat in biotechnologische bedrijven investeert. Tevens is hij adviseur van Roland Berger, een van oorsprong Duits adviesbureau gespecialiseerd in strategie (zowat de Europese pendant van McKinsey) en visiting professor aan de Leiden University School of Management. In 2004 publiceerde Kalff (bij uitgeverij Business Contact) het boek 'Onafhankelijkheid voor Europa. Het einde van het Amerikaanse ondernemingsmodel'.

Dat boek verscheen in 2005 in het Engels, bij uitgeverij Kogan Page, onder de titel 'An unamerican business : the rise of the new European enterprise'. Een Duitstalige vertaling is in voorbereiding. Kalff verwacht dat Duitsland de drijvende kracht zal zijn achter de verder economische ontwikkeling in Europa. Bovendien vormt Duitsland een markt van 83 miljoen inwoners. Met 'aanpalende' economieën waarmee het sterk verweven is zoals Nederland, België, Noorwegen, Zweden, Oostenrijk en Polen vormt het zelf een markt van 150 miljoen consumenten. De ideeën van Kalff wat betreft cultuur en de achterliggende waarden sluiten ook goed aan bij het Duitse denken met de nadruk op techniek en vakinhoudelijke kennis. Kalff onderschijft eveneens het belang dat de Duitsers toekennen aan sociale cohesie onderschrijft. Opvallend is dat de auteur de kiem voor een toekomstig Europees managementdenken en dito praktijk eerder in Duitsland ziet dan in Frankrijk. Echt verwonderlijk is natuurlijk niet, denken we maar aan het Mitbestimmung-model. Maar voor zo ver mij bekend, kwamen er uit Duitsland - in tegenstelling tot Frankrijk - weinig of geen vernieuwend impulsen over de inhoud van een niet-veramerikaniseerd managementdenken, van het zogenaamde Rijnlandermodel. De Franse voormalige bedrijfsleider Michel Albert (onder meer oud CEO van verzekeringsmaatschappij AGF), is een van de voorlopers en nog steeds tenoren van deze Franse 'school'. Albert is de auteur van 'Kapitalisme contra kapitalisme', een spraakmakende boek dat oorspronkelijk uitgegeven werd bij Seuil in 1991 en een jaar later in het Nederlands bij Contact, de uitgeverij die ook het boek van Kalff op de markt bracht. Let wel: de Fransman Michel Albert mag niet verward worden met zijn Amerikaanse quasi homoniem Michael Albert, de auteur van o.a. Parecon.Live after capitalism - zie bibliografische referenties en webbronnen onderaan.

Het enthousiasme van Kalff voor het Duitse model is des te verwonderlijk omdat het de laatste tijd meer en meer onder vuur komt te liggen. Het krijgt onder meer kritiek op zijn limieten en/of minder positieve aspecten, o.a. het gebrek aan aanpassingsvermogen en flexibiliteit van de economie. Wat diezelfde critici evenwel (meestal) verzwijgen is dat Duitsland, om met de woorden van huidig SPD-voorzitter Muntefering te spreken, "letterlijk kaalgevreten werd door een wolk van financiële sprinkhanen, zonder dat iemand daar iets tegen deed". Bedoeld wordt: investeringsmaatschappijen en durfkapitalisten, zoals private equity-financiers, hedge - en penioenfondsen, die een hoog rendement - waarbij twintig tot dergtig procent courant is - garanderen aan hun aandeelhouders en dus eisen van de ondernemingen waarin ze investeren. (Tussen haakjes: dat is ook het geval in de UK en in Nederland. Zelfs in grotere mate dan in Duitsland. Bij onze Noorderburen werd tijdens de eerste zeven maand van dit jaar al voor 22 miljard euro geënvesteerd door dergelijke investeerders. Een op vijftig Nederlandse werknemers in de marktsector werkt inmiddels in een bedrijf dat door zo'Reacties:

2/8/2006 door Marc Ernst

HRM-weblog van Marc Ernst

 
'Echt nieuws is informatie die iemand niét gepubliceerd wil zien'
(Christian Van Thillo, CEO De Persgroep)


'Het is tijd om te bepalen waar het allemaal op staat'
(Bram Vermeulen & Freek de Jonge)


'Schop de mensen, tot ze een geweten krijgen.' 'Wat heeft het alles voor zin?' (L.P. Boon)

'Anger is a gift' (Zack de la Rocha/Rage Against The Machine)

op hrmblogs.net
www (via google)

Blogs uit mijn 'vroeger leven'

Archief van blogs die ik eerder op hrm.net publiceerde