Jan van den Nieuwenhuijzen (SD Worx) steunt tweede Lentemanifest. Over 'le courage de ces opinions'

Zowat twee jaar nadat ze met een eerste manifest uitpakten, publiceerden begin deze maanden een groep Vlaamse prominenten een nieuwe (eigenlijk vernieuwde) oproep voor meer bevoegdheden voor de deelstaten. "Als antwoord op de problemen en uitdagingen die op ons afkomen", luidt het in hun recente traktaat (klik hier voor de tekst er van). Onder de 75 onderschrijvers van het tweede 'lentemanifest' (zo noemen ze hun verklaring steevast) prijkt Jan van den Nieuwenhuijzen, de topman van SD Worx.

Van den Nieuwenhuijzen is de tweede HRM-er die op relatief korte tijd zijn naam verbindt aan een 'politieke' hoewel niet partijpolitieke oproep. Eind vorig jaar ondertekende Luc Hanssens van executive searcher Egon Zehnder het zogenaamde Warande Manifest. Dat initiatief kreeg de publieke steun van een rist Vlaamse opionion leaders, waaronder ook enkel gekende consultants. Behalve Hanssens ondertekenden ook KMPG-partner Johan Vandendriessche en McKinsey-topman Herman De Bode het Warande-manifest. Deze in se democratische daad en grondrecht van elke burger (politieke en maatschappelijke stellingname) brak De Bode zuur op want, als gevolg van subtiele druk uit 'Belgicistische' en VBO-kringen (George Jacobs van UCB op kop), manoeuvres die - wat had u gedacht - evenwel altijd ontkend werden - diende De Bode een stapje opzij te zetten bij McKinsy. Hij is vandaag niet langer general manger van het adviesbedrijf (maar nog wel steeds partner). (Over deze affaire schreef ik destijds op hrm.net een weblog. Dat artikel is net zoals al mijn vroeger blogs opgeslagen in het archief van HRMblogs: Ook Luc Hanssens (Egon Zehnder) en Johan Vandendriessche (KPMG) tekenden Warande-manifest.)

In tegenstelling tot de 'In de Warande'-groep, onder leiding van de voormalig KBC-topman Remi Vermeiren, pleit de groep achter de 'lentemanifesten' niet voor Vlaamse onafhankelijkheid. Het Warande-manifest stelt dat "het Belgische federale model niet geschikt is om de huidige uitdagingen met succes aan te gaan" en dat "België voor Vlaanderen geen toegevoegde waard heeft".

"Over die conclusie (van de Warande-denktank, M.E.) kan men van mening verschillen", stellen de ondertekenaars van het Lentemanifest. Ze dringen er wel op aan dat de politieke wereld ingaat op hun institutionele hervormingsvoorstellen. "Een status-quo op institutioneel vlak dient in elk geval de overlevingskansen van België niet", luidt het (terecht). Hun recente tekst dient beschouwd te worden als een herhaling, maar tevens ook actualisering en verdieping, van hun eerste manifest uit 2004 (Klik hier voor de tekst er van). Globaal sta ik achter beide Lente-traktaten. Maar ik heb er wel bedenkingen bij (zie verder).

Vorig jaar, na het verschijnen van mijn blog over het Warande-manifest, beloofde ik Johan Vandendriessche (die gereageerd had op mijn blog), dat ik nog wel zou terug komen op het Warande-manifest. Mijn eerste reactie er op was erg bondig en (bewust) eenzijdig. Het beperkte zich tot het maken van een aantal kanttekeningen. Belofte maakt schuld en die los ik dan ook graag af naar aanleiding van de publicatie van het tweede Lentemanifest.

Sinds jaar en dag (zie verder) ben ik een federalist: een voorstander zo groot mogelijke politieke, economische en culturele autonomie/zelfbeschikking van volkeren en gemeenschappen. Mijn invulling van federalisme verschilt echter grondig met de huidige gangbare opvattingen, met het (over)heersende discours terzake. Hoe ik het begrip invul, is in ruime mate beïnvloed door de denkbeelden/stellingen uit een boekje uit 1980: ' Integraal federalisme. Naar een federale samenleving'. Het was uitgegeven door de toenmalige Volksunie-jongeren (VuJo) en bevat lezenswaardige teksten van Jan Rutgeers, Kris Bovin, Marc Cels-Decorte en Freddy Seghers.

Ik groeide op in het tweetalige Tienen, een quasi taalgrensgemeente. Als 'snotneus' kwam ik, willens nillens, in aanraking met 'De Vlaamse zaak', met de zogenaamde taalstrijd. Dat had alles te maken met de aanwezigheid van 'Franskiljons' in mijn stad. Maar in mijn ogen waren die 'Franskiljons' echter vooral 'bourgeois'. Dat ze Frans spraken (meestal een erg slechte variant er van, een soort koeterwaals) was ondergeschikt aan het feit dat ik ze vooral snob, enggeestig en verkrampt vond. Mijn opkomend 'flamingantisme' had echter niets te maken met persoonlijke ervaringen, laat staan frustraties, want ik genoot een behoorlijk tweetalige opvoeding en kon me reeds van jongs af aan goed in het Frans uitdrukken (en telde bovendien tal van Franstalige vrienden). Neen, mijn ontluikende Vlaamsgezindheid was vooral politiek van aard en het gevolg van lectuur. Als 16-jarige las ik 'Nationalisme en Federalisme' van Maurits van Haegendoren (oud Volksunie-kopman, de vader van huidige LUC-professor en specialist in diversiteit en gender management Mieke van Haegendoren). Nadien, in 1980, las ik, met evenveel genoegen, ook 'Geel & zwart van de driekleur' van zijn hand, al had ik ondertussen kennis gemaakt met een in de ramsj gekocht boekje dat van doorslaggevend belang zou worden wat mijn visie op de 'Vlaamse kwestie' betrof: 'Het kolonialisme in Vlaanderen' van de Werkgroep De Witte Kaproenen' uit 1969. Wellicht trok vooral de ondertitel van dat boekje (dat nog steeds in mijn boekenkast staat) me aan: Pleidooi voor een sociale revolutie.

Het is deze sociale dimensie van de wenselijke/noodzakelijke staatshervorming die ik mis in zowel de het 'Lentemanifest' als in de oproep van de werkgroep 'In de Warande'. Daarbij komt dat de impliciet aanwezige sociaal-economische denkbeelden en aanbevelingen in het manifest van de Warande-denkgroep me zorgen baren. Ik vind ze globaal genomen eenzijdig, onvoldoende sociaal rechtvaardig/billijk (en ipso facto te weinig sociaal corrigerend) en maatschappelijk emancipatorisch.

Het huidige (dominante) debat over de noodzakelijke verdere institutionele hervormingen vertoont twee belangrijke lacunes: het heeft de neiging om van een middel een doel te maken en het wordt veel te 'eng economisch' gevoerd: het doel wordt vooral, zo niet uitsluitend, in economische termen gedefinieerd.

Federalisme of separatisme (en in de Belgische/Vlaamse context dus ook de kwestie van de monarchie - voor alle duidelijkheid: ik ben fundamenteel republikein) is slechts een middel om politieke/maatschappelijk doelstellingen te realiseren. De staatshervorming en dito inrichting, dus ook de mate van autonomie/zelfbeschikking van de volkeren en cultuurgemeenschappen van die staat (staat die bovendien niet zelden en in het geval van België zeer zeker het resultaat is van het nationalisme uit de negentiende eeuw en historische toevalligheden en compromissen), is geen doel op zich maar een middel om een pluralistische, geëmancipeerde, ecologische, vredelievende, sociaal rechtvaardige en economische welvarende én duurzame samenleving te organiseren. In casus: om een dergelijk Vlaanderen 'in te richten', vorm te geven. Dààr wordt veel te weinig over gedebatteerd, over hier over zou de discussie vooral moeten over gaan.

Het valt me op en stoort me dat de hele discussie over de (verdere) staatshervorming en de kwestie van de (mogelijke/wenselijke) onafhankelijkheid van Vlaanderen vooral aangezwengeld en inhoudelijk gevoerd wordt door wat men gemakhalve maar ietwat karikaturaal 'patronale' en 'conservat

23/4/2006 door Marc Ernst

HRM-weblog van Marc Ernst

 
'Echt nieuws is informatie die iemand niét gepubliceerd wil zien'
(Christian Van Thillo, CEO De Persgroep)


'Het is tijd om te bepalen waar het allemaal op staat'
(Bram Vermeulen & Freek de Jonge)


'Schop de mensen, tot ze een geweten krijgen.' 'Wat heeft het alles voor zin?' (L.P. Boon)

'Anger is a gift' (Zack de la Rocha/Rage Against The Machine)

op hrmblogs.net
www (via google)

Blogs uit mijn 'vroeger leven'

Archief van blogs die ik eerder op hrm.net publiceerde