Een hommage - met weerhaakjes - aan Josephine Overeem, een verwante journalistieke pitbull (tot voor kort hoofdredacteur/uitgever van CV News)

Mijn eerste volwaardige job in de media, als vers afgestudeerde licentiaat in de communicatiewetenschappen, was bij Pub-magazine in 1984.  Pub is een vakblad over marketing, reclame en media. Ik ging er aan de slag als advertsing en special project manager. De uitgeefsector was me echter niet onbekend. Voordien werkte ik, voor en tijdens mijn studies, voor tal van uitgeefbedrijven en media; vooral als freelance redacteur/journalist.*

De toenmalige eigenaar van Pub was Josephine Overeem. In 1987 verkocht ze het blad aan Kluwer dat het stroomlijnde tot een goedgemaakte en zakelijk succesvolle maar ietwat fletse publicatie ('een reclamefuik', volgens Overeem onlangs in Trends) waar het concern een patent op heeft. Let wel: in vergelijking met de meeste HR-vakbladen, Belgische en andere, is Pub nog behoorlijk kritisch en niet bang om de lezers/adverteerders (in het geval van de vakpers zijn sommige lezers ook adverteerders), af en toe en met mate, tegen de haren te strijken. 

De weinigen in de HR-sector die zowel Overeem als uw dienaar kennen, vergelijken me wel eens met haar. Toegegeven, ik ben een even moeilijk mens als zij. Maar wat meer is: blijkens twee onlangs gepubliceerde interviews met haar (in Trends van 8 december en De Morgen van 7 januari), naar aanleiding van de stopzetting van CV News, de nieuwsbrief over reclame en media die ze sinds 1990 uitgeeft, zijn er nog andere dan karakteriële gelijkenissen tussen mevrouw Overmeem en mezelf. We houden er blijkbaar min of meer de zelfde journalistieke opvattingen op na. Zou mijn eerste werkervaring diepere sporen nagelaten hebben dan ik zelf vermoedde? Dat  zou des te opvallend zijn omdat mevrouw Overeem, die zichzelf in De Morgen omschrijft als 'een liefdevolle bitch', niet eens actief betrokken laat staan aanwezig was bij Pub toen ik er werkte in de periode 1984 - 1985. In die tijd was ze chef van de reportageploeg van het dagblad 24 Uur, een tabloid-krant die het amper enkele weken uithield en in (eigenlijk: nààst) de markt is gezet door de VUM - de uitgever van onder meer De Standaard en Het Nieuwsblad. In het vraaggesprek met De Morgen wijdt ze het mislukken van 24 Uur aan 'de kortzichtigheid van de bazen'. Dat is niet ver benevens de waarheid. Vorig jaar illustreerde de VUM met het vroegtijdig stopzetten van Espresso - een soort light en jeugdige versie van De Standaard - dat het nog steeds in dat bedje ziek is.

Gezien haar afwezigheid bij Pub toen ik er aan de slag was, is de invloed van Overeem op mijn opvattingen over journalistiek en een kwaliteitsvolle vakpers wellicht bescheiden. Mijn denkbeelden op dat vlak zijn waarschijnlijke elders, in embryonale vorm, tot stand gekomen. Of zaten ze gewoon in mijn 'genen' ingebakken, is het een kwestie van de aard van het beestje. Bij Pub, en ongetwijfeld nadien ook elders, zag ik dat een andere, zin- en eervolle manier, om aan journalistiek te doen mogelijk was en heb ik geleerd hoe de smalle marge voor dergelijke aanpak te benutten en te bewandelen.

Overeem maakte met CV News een eerder confidentiële maar gezaghebbende en bijwijlen gevreesde publicatie. Eentje waar volgens De Morgen 'het halve adverteerdersdom een kriebelvariant op de vogelpest kreeg'. Om jaloers op te zijn, quoi.

Ik pluk de meest relevante (en ook een beetje pittige) passages uit de vraaggesprekken met Trends en De Morgen. Zo weet u, lezer, par personne interposée, wat ik over journalistiek en uitgeven denk. In het algemeen en met betrekking tot het uitgeven van vakpublicaties. U kan er uw voordeel mee doen in uw contacten met ondergetekende. Lees het als mijn journalistieke credo. Maar ook als een eerbetoon aan een grand old lady van de vakpers in dit land, om het met de woorden te zeggen van Eddy Daniëls. Daniëls is de ex hoofdredacteur van het opgedoekte carrièreblad Intermediair/Imediair en sinds een tweetal jaar met brugpensioen. Deze notoire vrij- en dwarsdenker leerde het journalistieke métier bij Pub en van Josephine Overeem. Na de overname door Kluwer kreeg hij de bons wegens 'balorigheid': hij hekelde, terecht, in een kritisch en badinerend getoonzet artikel een betwistbaar initiatief van de toenmalige machtige 'Kamer van reclame-adviesbureaus'; de details herinner ik me niet meer.  De toenmalig directeur van Pub en zijn dienstdoende hoofdscribent, twee slapjanussen zonder ballen aan hun lijf, waren geplooid voor de druk van de 'kamer'.

Niet onbelangrijk om onderstaande citaten beter te begrijpen en te situeren, is het volgende: Overeem is van Nederlandse afkomst en de dochter van een oud journalist van de Volkskrant, een kwaliteitsklant van boven de Moerdijk.

(…)

"Ik ontbeer ook in de kwaliteitspers alertheid én hersenactiviteit"

" Ik heb met CV News af en toe gezondigd tegen de wetten van de journalistiek en heb dat bewust gedaan. Ik heb nieuws en commentaar gemengd, subjectiviteit en objectiviteit. Ik had daar gewoon zin in, vond dat leuk. Veel rechtzettingen heb ik echter niet gekregen, ik kan ze op een hand tellen. "

" Ik wou straf zijn in mijn berichtgeving. De mensen moesten over mij praten en daarvoor diende soms iets opzijgeschoven. Van lauwe journalistiek groei je niet. Het was geen kwestie dat iedereen moest denken zoals ik, maar ik wou wel dàt ze gingen nadenken. Josephine schreef iets, er volgt een noodzakelijke uitval in de zin van: 'moet je nu eens zien wat ze weer geschreven heeft' maar even later kwam dan, iets stiller, 'tiens, hier heeft ze wel een punt gemaakt'."

"VTM dreigde (in de jaren tachtig, toen bijna alle Vlaamse uitgevers aandeelhouder van VTM waren mediajournalisten amper of niet vrij konden berichten over de zender; m.e.) een campagne en dus miljoenen franken advertentiegeld weg te nemen bij De Morgen. Maar de mediaredacteur schreef gewoon verder, omdat de toenmalige directeur Egbert Hans (nu hoofd van persagentschap Belga; m.e.) en hoofdredacteur Paul Goossens (tegenwoordig chef van de zogenaamde Europa-desk van Belga; m.e.) voor een onafhankelijke berichtgeving stonden."

"Ik zie steeds minder journalisten met een middenvinger en een slecht karakter. Hoe velen durven fuck you te zeggen tegen hun uitgever? Zij betalen het loon van de angst. Je moet durven? Doorduwen, vragen, ervoor gaan".

"Ik was al lang 'rijk' geweest had ik mijn ziel verkocht, toegegeven had aan adverteerders die mijn pen probeerde te leiden. Ik kon het niet, want ik was het die elke ochtend in mijn spiegel moest kijken."

"Men heeft moeten wennen aan mijn aanpak. Ondertussen weet men dat ik een bijtertje ben, doorvraag, vervelende vragen stel, iets uitpluis.  'Het vak' is dat gewoon geworden."

" Men houdt niet van journalistiek in België. Ik bleef steeds de stoorzender. In Nederland en Engeland is de journalistiek geïntegreerd in het publieke leven. Ze wordt aanvaard en is volwassen. De echte journalistiek gaat altijd uit van een slecht karakter en dat wordt hier gesmoord."

"Ik zie (met betrekking tot de berichtgeving over de geluidhinder in de Brusselse Noordrand door overvliegende vliegtuigen, Overeem woont in Strombeek-Bever; m.e) eens te meer een zeer onvrije pers en niemand die investeert in onderzoeksjournalistiek".

" Als je iets nieuws opstart en het is goed pakt het in Nederland onmiddellijk. In België dien je ontzettend te sleuren en vecht je tegen de wet van de traagheid."

Tot zover dit kwistig strooien met sappige maar daarom niet minder rake quotes. Als afsluiter volgende bedenking (die door sommigen wellicht not done en kwaadaardig zal beschouwd worden, maar so be it): het interview met De Morgen was van de hand van Marijke Libert. Ooit was ze jarenlang vast aan de krant verbonden, tegenwoordig is ze freelance-medewerker aan de weekendbijlage Zeno. Daarnaast is ze ook schrijfster. Ze publiceerde tot hiertoe twee romans: Sterk water (in 2001) en Enkel de daad' (in 2003).

In haar inleiding informeert Libert de lezer dat ze Josephine Overeem persoonlijk kent, dat ze er een tijdlang heel intens is mee omgegaan. Niet enkel toen ze mediajournaliste bij de krant was, maar ook later ('we gingen, nou ja, een soort weg samen', heet het in de intro). Maar Libert blijft erg mistig over haar relatie met Overeem. Dat zit zo: in 1992 publiceerde ze het (uitstekende) boek 'VTM. De euforie voorbij', de tot dan grotendeels onbekende geschiedenis van wat er in uitgeversland vooraf ging aan de oprichting van VTM en van de eerste levensjaren van de zender. Eigenlijk scheef Libert dat boek grootendeels samen met Josephine Overeem. Omdat beiden het op een bepaald moment oneens werden over de inhoud maar ook, en zelf vooral, omdat Overeem vreesde voor negatieve zakelijke gevolgen voor haar blad (represailles van adverteerders die budgetten zouden terug trekken of ze niet meer of minder makkelijk zouden toekennen) indien ze als coauteur zou bekend worden, haakte Overeem af en zou haar naam niet aan de publicatie verbonden worden.

De lezer van De Morgen deze relevante informatie onthouden is een illustratie van een aspect van de 'ziekte' van de Belgische media waar Overeem in Trends en De Morgen tegen te keer gaat: het achterhouden van informatie omwille van de ons-kent-ons-mentaliteit, de vriendjespolitiek, het aardig voor elkaar (willen/moeten) zijn, het you scratch my bag and I scratch yours-gedoe. Het is ironisch dat uitgerekend haar 'afscheidsinterviews' niet helemaal wars zijn van deze kwalen.

Zo vernamen de lezers van Trends en De Morgen bijvoorbeeld ook niet dat CV News eigenlijk een erg bescheiden (omzet 2004: 184.467 euro) en verlieslatend bedrijf is/was. Het maakte in 2004 (laatst gekende cijfer) een verlies 3.337 euro. Trends maakte echter wel voorzicht gewag van het feit dat mevrouw Overeem 'blijkbaar niet erg zakelijk is aangelegd'. In geen van beide publicaties (lees: geen van de journalisten die haar interviewden, maar dan met fluwelen handschoenen) wordt gerept over het aantal abonnees van CV News. Toch allemaal geen overbodige informatie me dunkt.

Vooral aan het feit dat Libert de De Morgen-lezers de informatie onthoudt over haar toenmalige samenwerking met Overeem in het kader van haar boek over VTM til ik zwaar.  Niet in het minst omdat dit gegeven toe laat om het interview beter te 'kaderen', om te begrijpen waarom het uberhaupt in de krant stond en waarom het nogal sterk flaterend en weining kritisch was geredigeerd.  Maar het is niet de eerste keer dat de krant relevante informatie achterhoudt. Zo hebben bijvoorbeeld haar lezers nooit vernomen dat de levenspartner van hoofdredacteur Yves Desmet, de Mechelse advocate Ann Van de Velde, de raadsman is geweest van Anissa Temsamani bij haar echtscheiding. In die persode was mevrouw Temsamani evenwel nog geen politicus, maar verkoopster in een boutique. Later nam ze die zaak over. En nog later ging de kledingwinkel op de fles. Over die weliswaar louter professionale relatie tussen Van de Vede en Temsamani was ik graag door De Morgen geïnformeerd geweest in de periode toen de staatsecretaris en SPa-politica Temsamani door onthullingen in het maandblad Deng in opspraak kwam (revelaties die te maken hadden met verklaringen over haar diploma's die niet bleken te koppen alsmede een tot dan onbekend faillissement en het niet nakomen van financiële verplichtingen als gevolg van die faling). Sinds ik weet heb van de 'speciale' en hoe dan ook onrechtreekse 'band' tussen Temsamani en De Morgen bekijk ik uiteraard elke artikel over of interview met haar in de krant - en dat zijn er nogal wat en ze zijn doorgaans erg vriendelijk en meegaand - vanuit een iets ander perspectief, ja zelfs met de nodige achterdocht. Onlangs nog de modereportage met de inderdaad bloedmooie Mechelse SP.a-politicus in het weekendmagazine (DM Magazine) van het dagblad. Misschien onterecht maar wel menselijk. En niets menselijk is mij vreemd.

*Onder meer bij uitgeverij EPO (waar o.m. ook Trends-redacteur Guido Muelenaer en VRT-journalist Gust Aerts ooit aan verbonden waren) en als medewerker van o.a. het legendarische satirische weekblad van wijlen Johan Anthierens, de Vrijzinnige Omroep (maakt in opdracht van het Humanistisch Verbond radio- en TV-programma's in het kader van de zogenaamde uitzendingen voor derden), Nitro (het blad van de humanistische jongeren) en nog een rist zo mogelijk nog kleinere, zeg maar marginale, media. De belangrijkste hiervan zijn: het toenmalige weekblad Links (waar huidig Arinso-bestuurder en voormalig minister van o.a. ambtenarenzaken Luc Van den Bossche ook nog aan verbonden was), In Naam van de vrijheid (een antifascistisch publicatie uitgegeven door de Joodse B'nai Brith waar tevens de latere Antwerpse VLD-schepen van personeelszaken André Gantman - waartegen momenteel een proces loopt wegens frauduleus faillissement, wat hem 30 maanden cel kan kosten - aan meewerkte), Kabaal (een kritisch en geëngageerd jongerenmagazine, waar ik hoofdredacteur van was), het bulletin van BPA (dat staat voro Bevrijdingspersagentschap en was, naar het voorbeeld van het Franse APL, waaruit later de krant Libération groeide, een 'progressief' persagenschap) en Komma (een progressief maandblad - in die tijd was alles en iedereen progressief; ook De Morgen omschreef zich toen als 'progressief dagblad' in plaats van 'onafhankelijk dagblad' zoals vandaag - waar Jos Geysels, de latere Agalev/Groen-topman, senator en tegenwoordig minister van staat met een speciale opdracht als ambassadeur op het vlak van 'institution building', nog een tijdlang hoofdredacteur van was), Konkreet (het toenmalige weekblad van de Pvda, waar er toen een frisse redactionele wind waaide en dat gedurende korte tijd zijn colommen openzette voor onafhankelijke publicisten en journalisten. Die 'glasnoks' en 'perstroika' bij het tijdschrift en partij was echter van korte duur, beide vervielen snel in hun sectaire en stallinistische gewoonten) en Groen (het blad van het toenmalighe Agalev). De meeste van die alternatieve, veelal progressieve, tijdschriften en media bestaan vandaag niet meer. Ze waren een leerschool en kweekvijver voor tal van, al dan niet talentvolle, journalisten. Ik zou ze niet te eten willen geven de scribenten die in de jaren zeventig en tachtig hun eerste journamlistieke stappen zetten in de 'alternatieve' pers. Zo werkte bijvoorbeeld Jos Gavel, mijn eerbiedwaardige collega van HR Square, jarenlang voor het kommunistische weekblad De Rode Vaan (en maakt daar geen geheim van, het staat op de website van het HR-vakblad). Na mijn universitaire studies, een pak sadder and wiser, schreef ik nog enkel voor zakelijke media zoals onder meer Intermediair, Belgian Business, MediaMarketing en HRMagazine. (De twee eerst vernoemde bladen bestaan vandaag niet meer. Niet enkel alternatieve/progressieve media hebben het in dit ladje moeilijk. Dat heeft natuurlijk te maken met de povere leescultuur die hier heerst.) Maar zonder mijn ziel te verkopen, wat niet zelden tot conflicten leidde. Het leek me dan maar aangewezen mijn eigen medium op te zetten: hrm.net.

Zie ook mijn eerder gepubliceerde opinie-bijdrage Bedrijven en media zijn niet per definitie vijanden maar evenmin bondgenoten

8/1/2006 door Marc Ernst

HRM-weblog van Marc Ernst

 
'Echt nieuws is informatie die iemand niét gepubliceerd wil zien'
(Christian Van Thillo, CEO De Persgroep)


'Het is tijd om te bepalen waar het allemaal op staat'
(Bram Vermeulen & Freek de Jonge)


'Schop de mensen, tot ze een geweten krijgen.' 'Wat heeft het alles voor zin?' (L.P. Boon)

'Anger is a gift' (Zack de la Rocha/Rage Against The Machine)

op hrmblogs.net
www (via google)

Blogs uit mijn 'vroeger leven'

Archief van blogs die ik eerder op hrm.net publiceerde